Fan van FC Dordrecht
Nieuws

Veenendaalse broers El Azzouzi breken door in betaald voetbal: ‘Een droom die uitkomt’

De Veenendaalse tweelingbroers Anouar en Oussama el Azzouzi timmeren aardig aan de weg. Anouar speelt sinds dit seizoen bij FC Dordrecht in de Keuken Kampioen Divisie. Oussama mag zich tegenwoordig speler van FC Emmen noemen. Ondanks hun avonturen in het betaalde voetbal weten de broers één ding zeker: Veenendaal zit voor altijd in hun hart.

Al bij de eerste oogopslag valt op: dit zijn hele gewone jongens die toevallig goed kunnen voetballen. Geen sterallures of arrogant gedrag. ,,We halen je wel even met de auto op van het station”, liet Oussama weten per whatssap. Voorafgaand aan het interview vindt de fotoshoot plaats. Het is koud en waait flink, maar de broers laten zich niet kennen. Braaf volgen ze de aanwijzingen van de fotograaf op. In het begin is het ietwat onwennig. ,,Terwijl ik toch wel wat ervaring heb met dit soort dingen”, vertelt Anouar. ,,Op de club moeten we ook poseren voor foto’s en GIF-jes.” Eenmaal binnen (,,Schoenen uit. Dat zijn de huisregels”) nemen de broers naast elkaar plaats op de bank. Een derde broer komt er bij zitten en luistert mee.

Heren, hoe is het allemaal begonnen?
Oussama: ,,Ik heb van onze ouders gehoord dat we als kleine jongens altijd bezig waren met een bal. Zelfs toen we nog niet konden lopen waren we allebei al fan van de bal. Toen we oud genoeg waren om op voetbal te mogen hebben we dat meteen gedaan. Ons voetbalavontuur is begonnen bij VRC. Daar speelde ik tot mijn tiende. Toen kregen we te horen dat we stage mochten lopen bij Vitesse in Arnhem. We kwamen in de jeugdacadamie van Vitesse. Ik speelde daar vijf jaar. Ik ben toen naar DOVO gegaan en mocht als zestienjarige mijn debuut maken in het eerste elftal onder trainer Gert Kruys. Hij gaf mij de kans en die heb ik met beide handen gegrepen. Er kwam daardoor interesse van verschillende profclubs en mijn keuze viel op FC Groningen.”

Hoe was het om op jonge leeftijd in het eerste van DOVO met volwassen mannen te spelen?
,,Dat was heel leerzaam. Zij waren natuurlijk ouder en bezig met werken en gezinnen terwijl ik nog op school zat. Ik heb veel dingen geleerd in die periode. Ik ben het mannenvoetbal gaan begrijpen, maar meer nog het voetballen om de punten. Die jongens hebben me daar goed bij geholpen. Ik heb het ervaren als een hele leuke en leerzame periode.”

Anouar, vertel jouw verhaal eens?
,,Ik heb uiteindelijk acht jaar bij Vitesse gespeeld. Van de tweedejaars E tot mijn negentiende. Daarna ging ik naar Jong NEC in Nijmegen. Daar heb ik een prima tijd gehad en in de voorbereiding zelfs meegedaan met het eerste elftal. Toen heb ik mogen ruiken aan het mannenvoetbal.”

Bij Jong NEC leverde je je contract in. Hoe kwam je bij FC Dordrecht terecht?
,,Ik mocht afgelopen zomer meetrainen. Dat ging goed en ik kreeg een contract. In september maakte ik mijn debuut in het profvoetbal tegen VVV-Venlo. Dus tot nu toe gaat het goed.”

Oussama, je kwam op jonge leeftijd in Groningen terecht.
,,Ik was zestien en kwam in een gastgezin. Ik was wel gewend om ver van huis te zijn omdat we met Vitesse vaak op pad waren, maar dat was dan voor een paar dagen. Nu woonde ik echt in Groningen en was ik uit huis. Dat was in het begin wel even wennen, maar ik kan me goed aanpassen en uiteindelijk had ik het ook in Groningen uitstekend naar mijn zin. Ik denk dat ik op mijn zestiende al ver was in mijn volwassenheid. Daar heeft die tijd in het eerste van DOVO ongetwijfeld bij geholpen.”

Je komt uit een gezin met zeven kinderen. Was het moeilijk om ineens zonder hen te wonen?
,,Ik ben een familiemens en vind het fijn om mijn ouders en broers om me heen te hebben, maar ik heb nooit gedacht aan stoppen en terug naar huis te gaan. Ik heb een doel en vond het een eer dat een club als FC Groningen me helemaal uit Veenendaal haalde en voor mij was het een kans om mijn droom te verwezenlijken.”

Jullie staan allebei aan de start van jullie carrière in het betaalde voetbal.
A: ,,Klopt. En als ik voor mezelf spreek: Dordrecht is een goede club om dat mee te maken. Ik vind Dordrecht ook een leuke stad. Maar we moeten wel meer punten gaan halen.”

O: ,,Wij staan er met Emmen natuurlijk een stuk beter voor momenteel. Op dit moment draaien we mee in de top van de Keuken Kampioen Divisie. Je moet altijd hard blijven werken, maar ik hoop dat er iets moois uitkomt voor ons.”

Jullie zijn natuurlijk echte Veenendaalse jongens. Hoe is die band met jullie woonplaats?
A: ,,Ik ben in Veenendaal geboren en getogen. Ik zou hier ook wel willen blijven wonen. Ik kom er sowieso altijd terug. Ik heb hier maar kort gevoetbald, maar ik heb bij VRC een leuke tijd gehad. Op zaterdagochtend speelden we onze wedstrijd. We waren dan de hele dag op de club en ’s middags speelde het eerste elftal van VRC. Dan gingen we bij de Jumbo snoepjes kopen. Die tijd zal ik nooit vergeten. Toen Oussama bij DOVO speelde ging ik daar graag kijken. Ik vind de mensen bij DOVO heel gastvrij.”

O: ,,Daar sluit ik me bij aan. Wij zijn geboren en getogen Veenendalers en zullen altijd Veenendalers blijven zijn. Ik geloof dat we Veenendaal zo goed mogelijk op de kaart willen zetten.”

Wat is die trots op Veenendaal?
A: ,,We krijgen ook best veel positieve reacties van de mensen hier. Ze vinden het leuk dat het goed met ons gaat. Dat maakt dat je die mensen ook graag trots wilt maken.”

O: ,,Ik heb natuurlijk bij DOVO gespeeld en daar kreeg ik te maken met goede supporters die achter ons stonden. Maar ook bij VRC heb ik hele aardige mensen leren kennen.”

Wat vinden jullie mooi aan Veenendaal als woonplaats?
O: ,,Alles is hier lekker in de buurt. Veenendaal is niet heel groot. Ik voel me hier gewoon thuis.”

A: ,,Onze hele familie komt hier vandaan. Dit is gewoon thuis. Mijn broers, neven en ooms wonen hier ook.”

En die broers, ooms en neven zijn ongetwijfeld trots op jullie?
A: ,,Zeker! Die komen ook veel kijken bij onze wedstrijden. Als dat kan natuurlijk.”

O: ,,Nu is het lastig omdat er door corona niemand mag komen kijken. Dat vind ik maar niets. In normale tijden leeft het allemaal veel meer en komen er mensen voor de wedstrijd naar je toe om iets aardigs te zeggen. De eerste wedstrijd zonder publiek waren er fans die ons kwamen aanmoedigen van buiten de hekken van het stadion. Dat zegt iets over de trouw van supporters van FC Emmen.”

A: ,,Bij FC Dordrecht voel ik ook die steun, al zijn de resultaten momenteel wat minder. Dat is mooi om te zien. Ik hoop dat we onze fans na de winterstop een beetje blij kunnen maken met betere prestaties.”

O: ,,Het is leuk om te maken te krijgen met fans. Voor ons is dat nieuw.”

Is het gek dat mensen met je op de foto willen?
A: ,,De eerste keer dat ik dat meemaakte was voor mij bij het Marokkaanse elftal. Toen wilden na de wedstrijd mensen met me op de foto en vroegen om een handtekening. Ik was toen achttien jaar. Voor mij was dat echt nieuw. Nu begint het al iets normaler te worden voor mij.”

O: ,,Voor ons allebei, denk ik.”

A: ,,Het is leuk, maar aan het einde van de avond kom je hier gewoon weer thuis en is alles normaal.”

Dus jullie hebben niet de neiging om thuis de ster uit te hangen?
O: ,,Nee. Je moet gewoon jezelf blijven en respect tonen naar anderen.”

Ik kan me voorstellen dat anders papa en mama ook zeggen: ‘even normaal doen’.
O: ,,Ja, maar we kunnen ook elkaar aanspreken als één van ons dreigt rare dingen te gaan doen. Ik maak me daar geen zorgen over.”

A: ,,Ik ben nu wel gewend dat mensen rondom de club foto’s vragen en daar doe ik nooit moeilijk over.”

O: ,,Ik woon nu ook in Emmen. Als ik daar in de stad loop merk je soms dat mensen me lang aankijken. Soms komen ze dan naar me toe om een praatje te maken of om met me op de foto te gaan. Sommigen doen dat niet.”

A: ,,Als ik vrij ben ga ik soms naar Oussama in Emmen. Als we dan in de stad lopen zie ik ook dat mensen naar hem, of naar ons, kijken. Dat is wel leuk om te zien.”

Zien jullie elkaar als concurrenten?
A: ,,Nee. Emmen draait bovenin mee en zo ver zijn wij nog niet met Dordrecht.”

O: ,,Wij strijden voor promotie naar de eredivisie en zien Dordrecht niet als concurrent.”

Komende vrijdag spelen jullie tegen elkaar, dan is het FC Emmen-FC Dordrecht in stadion De Oude Meerdijk.
A: ,,Mensen zeggen dan: buiten het veld broer en in het veld vijanden. Voor mij is dat niet zo.”

O: ,,Nee.”

Laatste minuut stand 1-1. Je broer breekt door.
A: ,,Dan doe ik er alles aan om hem te stoppen.”

O: ,,Ik ook. Dan trek ik hem aan zijn shirtje ofzo.”

Dus jullie geven elkaar geen rotschop?
Beiden: ,,Nee.”

A: ,,Maar ik doe er alles aan om hem niet te laten scoren. Ook een tackle. Maar ik wil hem niet blesseren. Trouwens: ik wil niemand bewust blesseren.”

O: ,,Ik denk dat we allebei alles doen om elkaar dan te stoppen, maar dat zou ik bij ieder ander ook doen. Als Emmen zijnde verwachten wij ook drie punten tegen Dordrecht te halen. Niets meer of minder.”

Jullie status is ook beter dan die van Dordrecht op dit moment.
O: ,,En dat moeten we ook uitspreken. Dus nogmaals: ik verwacht dat we winnen van Dordrecht.”

Jullie positie is minder Anouar.
A: ,,Klopt. Wij zijn de underdog tegen Emmen. Dat wordt een lastig potje, maar we gaan kijken wat we daar kunnen presteren. Meer kan ik er eigenlijk niet over zeggen.”

Ik kan me voorstellen dat het makkelijker is om door te breken als het goed gaat met de club, zoals bij Emmen.
A: ,,Ik geef eerlijk toe dat dat lastig is. Ik speel pas een paar maanden profvoetbal en als je dan in zo’n situatie komt is dat moeilijk en moet je mentaal sterk zijn. Het is moeilijk om als jonge jongen te presteren als de ploeg niet goed draait.”

O: ,,Je moet sowieso mentaal sterk zijn om het te redden in het profvoetbal.”

A: ,,Maar ik denk wel dat ik nu een betere voetballer wordt omdat ik dit meemaak. En we hebben wij Dordrecht veel nieuwe spelers en buitenlandse spelers. Als het bij ons eenmaal allemaal op z’n plaats valt en gaat draaien komt het echt wel goed met Dordrecht.”

Wat doen jullie in je vrije tijd?
A: ,,Vandaag hadden we een ochtendtraining en heb ik in het krachthonk gezeten. Daarna ben ik naar Veenendaal gekomen.”

O: ,,We hebben samen geluncht. Ik was vrij. We doen vaak wat leuks. Op zo’n dag kijken we veel voetbal op televisie.”

Jullie volgen alles?
Beiden: ,,Ja, eigenlijk wel.”

O: ,,We zijn helemaal gek van het spelletje. Ik woon natuurlijk nu niet meer thuis, maar als ik hier ben kijken we veel voetbal.”

A: ,,Nog steeds.”

Dus voetbal is wel echt een onderdeel van het gezin El Azzouzi?
A: ,,Je, onze broers volgen het voetbal ook. Onze vader heeft ook gevoetbald en als er een leuke wedstrijd is kijken we met zijn allen met een theetje naar de televisie.”

O: ,,Onze moeder heeft het ook leren waarderen. Zij heeft natuurlijk ook echt dat voetbalgezin om zich heen. Onze broers hebben ook gevoetbald, maar niet zo goed als wij haha… Ze houden in elk geval ook van voetbal.”

 

Anouar, jij hebt ervaring met het Marokkaanse elftal. Kun je daar iets over vertellen?
A: ,,Klopt. Marokko speelde om de ARAB-Cup. Dat is een bekertoernooi met allerlei Arabische landen. Dat toernooi duurde drie weken. Dat vond ik een mooie ervaring.”

Als jullie ooit moeten kiezen tussen het Marokkaanse elftal en het Nederlands elftal…
A: ,,Dan kies ik voor Marokko. Ik kan niet goed omschrijven waarom. Marokko heeft me eerder gevraagd voor een officiële wedstrijd dus ik denk dat het voor mij duidelijk is.”

O: ,,Voor mij is het nog te vroeg om daar iets over te zeggen. We hebben allebei twee paspoorten, maar ik heb er eigenlijk nog nooit echt over nagedacht. Als die keuze ooit komt zal ik er rustig over nadenken. Volgens mij hebben Nederland en Marokko allebei goed voetballende ploegen. Het is voor allebei geen straf om in zo’n elftal te spelen.”

Misschien zien we jullie ooit op een WK tegen elkaar spelen tijdens Marokko-Nederland.

O: ,,Haha dat zou wat zijn. Maar je moet eerst goed werk verrichten op het veld. Dan kan het snel gaan. Vorig jaar speelde ik met Jong FC Groningen voor dertig toeschouwers, nu heb ik bij Emmen voor achtduizend mensen gevoetbald. Het kan snel gaan als je blijft strijden. Bij Emmen kan ik ervaring opdoen. Ik heb nu enkele wedstrijden in de basis gespeeld en ik moet nu niet gaan denken aan een vervolgstap. Ik moet gewoon mijn best blijven doen.”

A: ,,We moeten ons allebei focussen op waar we nu mee bezig zijn. Dan komt het best goed.”

Hadden jullie vroeger ooit gedacht dat jullie zelf op televisie te zien zouden zijn als profvoetballers?
O: ,,Ik denk er soms wel aan. Bij Vitesse waren we ballenjongens. Dan zag je dat veld en dat was dan heel groot, net als die jongens die er speelden. Nu sta je zelf op zo’n veld met publiek. Dat is wel een droom die dan uit is gekomen.”

A: ,,Als je van de E-jeugd bezig bent om in het profvoetbal te komen en dat nu gelukt is, is dat een droom die je dan waar ziet worden. We gaan voor een mooie toekomst, maar we zullen wel altijd in Veenendaal blijven komen.”

 

Bron: www.regiosportveendendaal.nl